Guardia Civil of de Camino als therapie …

Donderdag 28 juni …
Hemeltjelief, hoe gaat het mij lukken een samenhangend verhaal te maken van wat er de afgelopen dagen op mijn pad kwam?
Laat ik beginnen met het opstootje dat ik zonet aantrof, in de deuropening van de Albergue in Samos. Stel je even voor … ik kom net terug van een boeiende rondleiding in het Monasteria San Julian de Samos waar deze Albergue in feite ook onderdeel van is. Van de Spaanse uitleg van de vriendelijke monnik die de rondleiding gaf verstond ik natuurlijk geen woord maar een ontzettend lieve Spaanse dame uit Andalusië voelde zich geroepen de higlights voor mij te vertalen, zich herhaaldelijk verontschuldigend voor haar slechte Engels. Ik verstond haar prima! De korte tijd die we deelden was genoeg voor een warm afscheid na afloop van de rondleiding. De vriendelijke monnik die ons rondleidde was ook blij met haar hulp en deed mij met een lachje de suggestie haar maar een kop koffie te trakteren voor haar inspanningen … wat ik natuurlijk niet verstond dus ook weer door haar vertaald moest worden ; ) Koffie was niet voor handen maar nèt op tijd kon ik bij een andere monnik van èèn bij twee (meter) die in het bijbehorende winkeltje druk bezig was de bankbiljetten te tellen een stuk plaatselijk gefabriceerde pure chocola meepakken en dit haar in de handen drukken voor zij weer verdwenen was. Ze was blij verrast. Dat zijn zeg maar de gouden momentjes! Vervolgens terug naar de grote monnik om af te rekenen ; )
Vervolgens haastte ik mij door de regen terug naar de auberge waar mijn bedje voor de nacht stond. Een wat shabby aandoend gehwel, in schril contrast met de Abdij zelf. De deuropening werd echter versperd door … je raadt het al, een monnik van twee bij èèn … en een smalle. Zeg maar de spirituele versie van Laurel en Hardy. Toen ik mij hierlangs had gewurmd moest ik mij nog een weg banen tussen twee Guardians Civil èn de beide hospitalero’s. Er was de nodige consternatie ter plaatse. De grootste opschudding had ik echter gemist. Wat bleek; Een van de pelgrims, een jonge vrouw had het in alle onschuld en vermoeidheid gewaagd op een bed te gaan zitten dat niet aan haar was toegewezen en was door èèn van de hospitalero’s hier autoritair op aangesproken. Waarop de gemoederen dusdanig waren opgelopen tussen hospitalero en een met de dame bevriende pelgrim dat het bijna tot een handgemeen was gekomen. Dame in kwestie en aanhang hadden inmiddels de biezen gepakt en zijn verhuisd naar de tegenoverliggende auberge. Intussen was blijkbaar de guardian al gealarmeerd en het leek erop dat deze, bijgestaan door beide monniken het verhaal nu wat trachtten te nuanceren en de hospitalero tot inzicht te laten komen. Helaas had ik de lieve Spaanse niet meer in buurt voor een adequate vertaling maar die was niet echt nodig om te kunnen concluderen dat bewuste hospitalero wellicht baat zou hebben bij het lopen van weer eens een flinke Camino ; )
Later die avond, terwijl ik in het café auberge aan de overkant mn pulpo zat te verorberen kwam bewuste hospitalero nederig zijn excuses aanbieden bij beide jonge pelgrims. Het was aandoenlijk om te aanschouwen en ik wisselde een begripvolle knipoog met enkele toeschouwers. Dat scheelt toch weer een heel stuk Camino ; )

Deze donderdag ochtend vertrok ik vanuit Ceibrero. Wat een mooie plek! Dit dorpje bestaat uit een twintigtal huizen die op Keltische wijze zijn gebouwd en ligt op de hoogste bergkam tussen Leon en Galicia. Je hebt vanaf hier prachtige vergezichten over de dalen aan beide zijden en wolken en mist rondom maken het extra mysterieus. Cebreiro is een van de oudste toevluchtsoorden voor pelgrims en bestond waarschijnlijk al in de 9e eeuw. Het vroeg een hele pittige klim om hier te komen. Ik was overmoedig geweest want diezelfde dag in de ochtend had ik ook de klim naar Cruz de Ferro al achter de kiezen. Onderweg trof ik enkele zwalkende fietsers, duidelijk nog veel meer aan het eind van hun latijn en ik duimde dat zij niet tot Ceibrero door hoefden. Een paar kilometer vòòr de pas trof ik twee Brazilianen met de fiets aan de hand. De jongste, ik vermoed zoonlief, had het volledig gehad. Alleen het vooruitzicht van de voetbalwedstrijd Brazilië Servië diezelfde avond om 8 uur die hij wilde zien hield hem nog op de been. Ik bood hem wat van mn powerpoedertje aan en hervatte zelf de laatste loodjes. Niet veel later was daar het hoogste punt en zowaar, terwijl ik nog wat foto’s stond te maken kon ik de heren juichend binnen halen. Een selfie met z’n drieen en snel op zoek naar douche en slaapplek. Later die avond trof ik hen tevreden aan tafel in een van de plaatselijke gelegenheden … Brazilië gewonnen 2-0! Ook Willy mijn voormalig tafelheer en slapie trof ik in Ceibrero. Hij zag mij vanuit zijn hotelletje ineens voorbij komen op Zoek naar een slaapplek en vloog naar buiten om gedag te zeggen. Later die avond pakten we samen nog even een biertje. Inmiddels traditie bij ons wederzien.

Nog even iets verder terug in de tijd… Rabanal en Cruz de Ferro. Met de tocht naar Rabanal vanuit Villar Mazarife een paar dagen terug mocht er na een aantal dagen op de hete vlakte eindelijk weer geklommen worden! Flink warm dat wel, zeg maar gerust heet met zo’n 40 graden maar met de klimmetjes ook weer een heel ander landschap. Ik was niet alleen op de weg. Maar deelde de route met tientallen wielrenners van het AC Hotels cycling team inclusief volgauto’s, zelfs een motor met cameraman achterop. In Astorga had ik de hele groep al gespot, nu kwamen ze groepje voor groepje voorbij. Over aandacht en ‘Buen Camino wensen’ niet te klagen. Regelmatig bleef een passerend groepje even naast me hangen om te vragen waar ik vandaan kwam etc.. Als een lopend vuurtje werd dan in het peleton vertaald dat ik hèlemaal vanuit Ollanda was komen fietsen! De camera man gebruikte mijn verschijning dankbaar als ludieke afwisseling tussen de uniforme AC hotel outfits. En zo bereikten we Rabanal, mijn eindpunt van die dag voor de renners een tussenstop. Ik was inmiddels èèn van hen. Kreeg van de meneer van de fourageer auto een paar energie repen aangereikt en een van de renners kwam naar me toe en duwde me een ijskoud blikje cola in de hand. Hun conclusie, ik ging wel erg hard die berg op met mn bepakte fiets, tsja … 5 weken onafgebroken trainingsstage èn wat mannelijke aandacht zetten wel zoden aan de dijk … ; ) ; ) ; ). Nog nèt niet naast mn fietsschoenen liep ik fier de albergue in…
Vanuit Rabanal was het de volgende ochtend nog een kilometer of wat klimmen naar het in pelgrimskringen bekende Cruz de Ferro. Cruz de Ferro, een simpel ijzeren kruis bovenop een boomstam op het hoogste punt (1500 meter) van de weg. Sinds Keltische tijden markeert een steenhoop de grens tussen Maragateria en de volgende streek El Bierzo. Symbolisch leggen pelgrims hier al sinds eeuwen een deel van hun last af door het werpen van een steen op de grote hoop aan de voet van het kruis. Ieder geeft hier zo zijn eigen aanvulling en intentie aan. Ik zoek in de buurt van het kruis een rustig plekje om even met aandacht bij die van mij te kunnen zijn en werp dan ook mijn steen op de hoop. Ik schuif nog even aan bij Elga die ook gearriveerd is. We merkten dat het na 2 dagen samen fietsen weer tijd was om ons eigen weg te gaan op deze zelfde weg. Het is goed om hier nog even samen wat in te delen. Ons samen optrekken de afgelopen dagen heeft ons beiden ook weer waardevolle inzichten gegeven merken we. Zo hebben we beiden heel duidelijk ervaren hoe makkelijk je de omgeving onopgemerkt aan je voorbij laat gaan als je op de ander gericht bent. Maar ook hoe snel we soms geneigd zijn teveel af te stemmen op de ander en niet meer je eigen pad te gaan. We geven elkaar een stevige knuffel en gaan weer ons weegs.

Kort na Cruz de Ferro kom ik langs Manjarín, een vervallen dorpje. Hier staat een geïmproviseerde bar albergue waar ik een bijzondere man tref. Zijn outfit en die van zijn compagnons verwijst naar de Tempeliers uit vroeger tijden. Er staat een giga thermoskan koffie klaar … stèrke koffie! Een Italiaanse trekt er n heel scheef gezicht bij, ik kan m wel waarderen. Onze gezamenlijke koffie ervaring schept n band en als zij even later geanimeerd in gesprek raakt met de ‘opper Tempelier’ een bijzondere man met vele bijzondere verhalen over deze plek, wordt ik ingelijfd bij het gezelschap. Ik versta niets van de verhalen van de Tempelier maar ook hier vertaald deze Italiaanse voor mij. Ik begrijp van haar dat zij hier 18 jaar geleden ook was op weg naar Santiago. Nu is zij opnieuw op de Camino met haar man en hun 12 jarige dochter. We stommelen het heiligdom van de Tempeliers in. Het doet bijna aan als een mensen hol. Dikke stenen muren en een aantal slaaplekken bedekt met grauwe dekens en slaapzakken. Een grote ronde tafel met banken met in het midden van de tafel een massieve houten draaischijf waar het eten letterlijk op rond kan gaan. Pelgrims kunnen op deze plek overnachten op matten op de vliering boven in dit oeroude stenen huisje. S winters leven de Tempeliers hier ook en proberen zij het warm te houden met een houtkachel. Dat lukt tenauwernood. De winters zijn extreem koud en zwaar. De Italiaanse legt uit dat de Tempelier, een innemende man met imposante buik en kleine oogjes achter enorm dikke brilleglazen, vele verhalen weet te vertellen over bijzondere ontmoetingen en gebeurtenissen die hij meemaakte in de vele jaren dat hij hier woont en gasten ontvangt uit alle uithoeken van de wereld. Zo logeerden hier twee pelgrims, de ene Jood de ander Islamiet. Ze raakten met elkaar aan de praat raakten over het geloof en al pratende kwamen ze tot de verrassende ontdekking dat zij gewoon buren waren in Israël, ze bleken in dezelfde straat te wonen maar hadden elkaar nog nooit ontmoet! Of twee Pelgrims die elkaar jaren geleden hadden ontmoet op reis in Peru en daarna nooit meer contact hadden gehad, die elkaar hier troffen zonder van elkaar te weten dat de ander de Camino liep…

Vanochtend (de dag na het opstootje in de albergue) voor vertrek uit Samos geniet ik nog even van een ontbijtje, n bak koffie en n praatje met mn ‘slapies’ van deze nacht, bij het tentje aan de overkant van de albergue. De Hospitalero met rugzak op komt melden waar ik de sleutel kan vinden om mijn fiets uit de garage te halen. Zijn (vrijwilligers)werk zit er weer op en hij vertelt dat hij op het punt staat een weekje de Camino te gaan lopen.

Zou hij gedachten kunnen lezen???