Woensdag 5 april
Chateau Pourcin – thv Pommacle
Ik pik mijn verhaal weer even op op 5 april, ‘T moment waarop ik afscheid neem van de ‘wijze Pelgrim’. Genoeg input dus om te laten landen vandaag en ik heb er alle tijd voor. De weg voert langs hectares glooiend akkerland. Vaak kan ik al zien waar ik een half uur later zal lopen. Er is behoorlijk wat bedrijvigheid gaande, akkers worden bewerkt en er wordt gezaaid. Suikermaïs, hoor ik van Hospitalero André, een gepensioneerd akkerbouwer waar ik later die week zal logeren.
Ik wil vlak vòòr Reims overnachten en besluit een kampeerplek te zoeken zodat ik zelf kan bepalen tot waar ik loop. Op mijn navigatieap zie ik een plek een kilometer of wat vòòr Reims een plek waar begroeïing zou moeten zijn met de naam ‘Fort de Fresnes’. Geen idee wat dat inhoudt maar ik gok dat ik daar wel een plekje vindt. Onderweg wordt ik ingehaald door een sympathieke Fransman die ik al eerder langs de weg al trof en een praatje mee maakte. Hij vertelde dat hij ook een route naar Santiago had gelopen met een ezeltje voor de bepakking. Als hij langsrijd stopt hij en steekt twee flesjes water uit het autoraam “de leau???” Ik wijs naar mijn volle flessen, show dat ik dan wel héél zwaar beladen raak en bedank vriendelijk. Ik voel mij bijna bezwaard het vriendelijke aanbod af te slaan.
Als ik het bewuste terrein nader blijkt het een motor of auto crossbaan. Ik kruip onder de slagboom door en er blijkt een mooi vlak veldje te zijn, uit het zicht en nog lekker lang in het avondzonnetje. Mijn enige zorg is of er niet nèt toevallig vanavond gecrosst zal worden. Net als ik de tent en nog wat spul uit mijn rugzak heb getrokken blijkt dat ik niet alleen op het terrein ben. Er komt een busje aangereden, 3 man sterk. Ik besluit dat ze weinig problemen kunnen hebben met een 58 jarige Hollandse Pelgrim dus loop het busje vrolijk tegemoet en leg ze in mijn beste Frans uit wat ik hier kom doen. Geen probleem. Mòòi, heb ik meteen duidelijk dat ik voor ronkende motoren vanavond niet hoef te vrezen.



