Liefdevol opgenomen door de zusters, met mijn hoofd in de wolken en een goedgemutste stier.

  Zondag 30 april t/m dinsdag 2 mei

Zondag 30 april
Chabreloche – Couvent Notre Dame L’ermitage

Nadat ik de sleutel weer netjes heb ingeleverd bij de Boulangerie en er natúúrlijk wat lekkers heb gescoord, trek ik natuurlijk nìet verder voor ik ook het plaatselijke café heb bezocht voor een goede bak koffie. En dan meteen ook maar het lekkers van de Boulangerie burgemeester maken! Ik begin het al aardig door te krijgen hier. En mijn tactiek voor wat betreft het bestellen van de juiste koffie heb ik inmiddels (denk ik) ook weer wat verfijnd. Het is nu; “Un grand café et un peu de lait séparé”. Of het allemaal klopt weet ik niet maar ik krijg wat ik wens, zonder verwarring aan de andere kant van de bar.                                              

Het pad gaat vandaag richting het klooster (Couvent) Notre dame L’ermitage. Een deel daarvan door uitgestrekte, voornamelijk naaldbossen. De afstand is dan wel goed te overzien een paar fikse stukken klimmen van het kaliber ‘pet op klep laag’ maken het nog best een uitdagende etappe …

Ik bereik het klooster mooi op tijd. Een voorwaarde bij overnachtingen als deze. Hier hebben de dagen zo hun vaste ritme en als gast draai je hier (deels) in mee. We zitten om 7 uur aan tafel voor de maaltijd. De overige gasten zijn Franstalig en kennen evenveel Engels als ik Frans. Wat met enige inspanning en creativiteit over en weer geen probleem hoeft te zijn voor wat uitwissrling maar vanavond komt er niet echt iets wezenlijks tot stand. Na enkele ingangetjes van mijn kant laat ik het verder dan ook los. Ook de Padre die naast mij aan het hoofd van de tafel plaatsneemt toont even enige belangstelling en mengt zich dan al vlot in de conversatie met de andere gasten. Het is een aparte ervaring, in gezelschap en toch alleen. Na tafelen ruil ik voor vanavond dan ook met liefde in voor een paar rustige uurtjes met mijzelf op mijn kamer.

Maandag 1 mei Couvent Notre Dame l’ermitage – Col du Beal

Als ik de volgende ochtend iets later dan de rest aan het ontbijt verschijn is er een plekje voor mij aan tafel bij de zusters. Het verschil met gisteren is verrassend. Met anderhalf woord Engels, handen, voeten, mijn 10 woordjes Frans en vooràl veel glimlach wordt ik liefdevol opgenomen in het gezelschap en voel ik mij welkom. Het zijn lieverds en ik laaf mij voor even even aan deze zusterlijke verbondenheid.

Bij het afscheid wordt mij hartelijk een bon courage toegewenst. Er is een kleine winkel bij het klooster waar ik nog even binnenstap. Een van de jonge zusters duikt, wetende dat ik naar Saint Jaques loop, zó blij en enthousiast de kluis in om mij te laten zien dat zij òòk ‘coquilles de saint jaques!’ (Jacobsschelp) heeft dat ik besluit een klein zilveren bedeltje van de schelp bij haar te kopen als herinnering aan de hier zo voelbare zusterliefde.

De L’ermitage ligt op ruim 1100 meter hoogte, temidden van een groot bosgebied, ik loop door een stil bos dat eigenlijk helemaal niet stil is want vol van vogelgezang. Ik passeer de Source Miraculeuse en vul mijn waterfles, ben benieuwd… Een open plek verderop is bedekt met Narcissen, die hier in het wild volop groeien.

Als ik verder op hoogte kom, zo rond de 1400 meter, veranderd het landschap. Naaldbossen maken plaats voor boomloze, glooiende groen, gelig en bruin gekleurde toppen. Nu kleurt de heide de heuvels nog bruin. In de nazomer moet het hier een paars groene deken zijn van gras en grote oppervlakten bloeiende heide. Ook nu met het bruin van de Heide, het geel bruine gras, waarschijnlijk nog niet zo heel lang bevrijd van sneeuw en vrieskou èn het groene gras is het een prachtig landschap om te doorkruizen. Het frisse geelgroen van de ontelbare wilde Narcissen die hier lijken te zijn uitgestrooid over de hellingen maken het geheel compleet.

Het pad gaat verder richting Col du Beal Ik kàn misschien ook een slaapplek vinden een kilometer of 10 verder maar de weersvoorspelling geeft onweer aan in de loop van de middag en ik heb mijn lesje geleerd, ik reserveer een slaapplek op de col. Ben ik in ieder geval binnen voor het mogelijk losbarst.

Als ik de top bij de Col du Beal nader pakken wolken zich samen. Voor de zekerheid zet ik even een versnellinkje bij maar op het hoogste punt neem ik, mijn slaapplek in zicht, toch even tijd om van het uitzicht en de wolkenluchten te genieten. Met het natuurveweld van een paar dagen terug in het achterhoofd zet ik het uit mijn hoofd er nog een kilometer of wat aan vast te plakken dwars over de top van de boomloze peyre Mayou van 1500 meter.

Ik duik het restaurant op de col in, en bestel een lekker biertje waarmee ik mijzelf, besef ik mij even later rozig, belet alsnog door te stomen. Het onweer blijft dit keer achterwege het klaart zelfs nog aardig op voor een paar uur.

Het is altijd weer ern verrassing waar je terecht komt maar dit keer blijk ik een volledige gite te hebben gereserveerd. Het bestelde diner en petit déjeuner wordt niet in het restaurant geserveerd maar krijg ik als een soort doe het zelf pakket mee in een krat. Bordje eten kan ik opwarmen in de magnetron, theezakje, koffiecups, mandje met sneetjes stokbrood marmelade in de koelkast. Ik laat ze er nog maar een biertje bijsteken ook om het toch een béétje feestelijk te laten lijken. In plaats van in de magnetron schuif ik het bordje leeg in de koekepan.

Dinsdag 2 mei Col de Beal – Sauvetat

Ik slaap tout seul in op een doodstille, wolkenloze, koude en windstille col en wordt wakker op col gehuld in wolken met een gierende wind. De droge sneetjes stokbrood piep ik op op in het broodrooster. Een karig ontbijt maar normaal voor Franse begrippen. Dan stap ik de wind en wolken in en beklim de Peyre Mayou. Het is een aparte gewaarwording, de col is uitgestorven en gecombineerd met de mist voel ik mij alleen in de wereld en ik geniet, alleen met de elementen. De prachtige uitzichten die er ook hier, op het hoogste punt zouden moeten zijn zijn verdwenen in de mist. Ik volg een stenig pad, aan één kant gemarkeerd door meters lange rechtopstaande vaalrode palen die de route moeten markeren als er een pak sneeuw ligt. Het rood van de palen en het geel van de vele wilde Narcissen prikken hun kleur door het grijs witte heen. Op het hoogste punt kijk ik om mij heen naar een uitzicht dat zich niet openbaart. Ik maak wat foto’s maat loop dan snel verder omdat ik snel afkoel in de koude harde wind. Ook hier laten de Leeuweriken zich horen! Ze vliegen in deze omstandigheden hier laag bij de grond en wagen zich niet aan hun zo kenmerkende klim het luchtruim in.

De route loopt nog kilometers lang op deze glooiende hoogtes, in een dicht wolkendek en in de wind. Heel af en toe lijkt het wolkendek wat dunner te worden. Het wordt dan iets lichter en ik voel de warmte van de zon er doorheen. Ik ben benieuwd of ik nog een glimp ga opvangen van de uitzichten vòòr weer verder ben afgedaald En alsof mijn gedachten zijn gelezen verschijnt is er ineens een gat in de wolken en wordt een deel van een tegenoverliggende berg zichtbaar. Even daarna kijk ik het dal in. En vòòr ik het weet sluit het wolkendek zich weer. Dan wèèr een opening! En zo ontstaat een fascinerend spel van wolken en wind waarbij er steeds éven een stuk van uitzicht wordt prijsgegeven dat zich even snel òòk weer sluit. Als ik mij omdraai zie ik de wolken over de hellingen uitwaaieren en rollen, een fascinerend schouwspel waar ik ademloos van geniet. ik kom ogen tekort want het schouwspel, dat zich 360 graden rond mij afspeelt, geeft steeds een ander plaatje vrij en sluit het ook snel weer. Uiteindelijk worden de gaten in de wolken steeds groter en zie ik meer van het totale plaatje. Ik loop nog kilometers door in dit prachtige landschap, genietend van deze ruige weidsheid. Ik loop inmiddels in de zon en daal zo langzamerhand steeds verder. Zo rond de 1200 meter loop ik plots weer tussen de bomen en uit de wind. Het weer is inmiddels lekker opgeklaard dus ik besluit nog een flink stuk door te stappen. Ik heb ‘op de kaart’ een vlaggetje geplaats ter hoogte van dat punt wil ik een plekje zoeken voor de tent. Als ik rond een uur of zes het bos uitstap en langs een halfverharde weg een man tref die boom stammen aan het laden is. Kijkt hij mij vorsend aan; Ca va? Ik zie hem denken. Een vrouw met een rugzak op die op dit tijdstip van de dag uit zo’n verlaten gebied komt, dat kàn niet goed zijn, die is de weg kwijt, uitgeput, uitgehongerd. Ik steek mijn duim omhoog, met een brede smile; :”Très bien!” … en daar is niet van gelogen! Ik krijg een brede smile terug.
Ik stap nog wat kilometertjes door tot ik vlàk voor Sauvetat het perfècte plekje voor de tent vindt. Aan de rand van het bos in de avondzon met uitzicht op een weiland. Ik plof mijn rugzak neer … bèzet!!! Als ik mijn tentje aan het opzetten ben en even opkijk staat er ineens een koe of wat mijn bezigheden te aanschouwen. Als ik nog eens goed kijk zie ik dat er òòk een stier bij staat. Ineens besef ik dat dat éne lijntje schrikdraad maar weinig doet als die stier besluit dat ik een bedreiging ben voor zijn harem. Ik observeer de stier een tijdje maar hij lijkt weinig kwaads in mijn aanwezigheid te zien of vindt mij spannender dan ik hem. Ik duik prinsesheerlijk mijn tentje in, genietend van de avondzonnetje dat recht naar binnen schijnt. Als de zon verdwijnt sluit ik de boel en kruip mijn slaapzak in om te genieten van een lange nacht. Niet veel later hoor ik voetstappen mijn richting opkomen. Iemand loopt op het graspad waar mijn tentje praktisch op staat. Ik hoor de voetstappen langs mijn tent gaan en er voorbij. De wandelaar moet mijn tent wel gezien hebben maar gunt mij mijn rust. Vast iemand uit Sauvetat die nog even een avondwandeling maakt. Ik ga een rustige nacht tegemoet in de heerlijke stilte van het platteland. Maar wordt voor ik de slaap vat èè ik nog verrast door het blaffen van een hert, een apart geluid dat ik inmiddels goed herken.

2 Reacties op “Liefdevol opgenomen door de zusters, met mijn hoofd in de wolken en een goedgemutste stier.”

Geef een reactie op Maarten Piek Reactie annuleren