Daar gáát ze dan! … Piepjes, kraakjes en een waarschuwing voor de nacht! 

Woensdag 7 oktober; Cordóba – Baena

De nacht is boven verwachting rustig verlopen. Als ik om 7 u wakker wordt met t plan om mn fiets al opgeladen te hebben en ontbeten vòòr om 8u de poort open gaat zodat ik vroeg van start kan, blijken keuken en de patio waar mn fiets ook pas om 8u open te gaan. Ik duik noodgedwongen nog even stilletjes mn bed in.

Als ik dan eindelijk vrij ben met ontbijt achter de kiezen kan ik net zo goed nog even een pelgrimspaspoort scoren. Wie weet komt dat van pas in een van de plaatsen die ik aandoe en net als Cordoba aan de pelgrimsroute liggen.

Ik fiets over de Puente de Romano de stad uit en keer Torre de Calahora de rug toe. Eindelijk ècht van start!

Ik fiets een heuvelachtig landschap in, bezaaid met olijfbomen. Klimmen en dalen wisselen elkaar met zekere regelmaat af. Als ik een kilometer of wat op weg ben hoor ik bij de klimmetjes bij elke trap een kreungeluidje dat mij niet zint. Ik kan niet goed traceren waar het vandaan komt. Mijn kamergenote kan het niet zijn. Omdat het elke keer als ik kracht op het pedaal zet opkomt vrees ik voor de trapas. Wat nu? Omkeren nu het nog kan? In Cordóba zit in ieder geval een fietsenwinkel. In Buena ook maar da’s nog zeker 60 km trappen! Maar verdikkie, ben ik eindelijk op weg en nu alweer omkeren??? Ik stuur een geluidsopname naar m’n technische man in Nederland (zoonlief) spuit wat ketting olie hier en daar, om maar het gevoel te hebben dat ik het lot gunstig beïnvloed en trap toch maar verder. Gek genoeg verdwijnt ’t gekreun.

De korte klimmetjes worden langer. Met stijgingspercentages tussen de 3 en 9%. Ik  fiets door uitgestrekte olijfgaarden neem het landschap in mij op en geniet van de eerste fiets kilometers hier in Andalusië.

Het kreunen keert terug en ik kom tot de conclusie dat het toch mn remblokjes moeten zijn die af en toe iets aanlopen gecombineerd met vuiligheid. Ik centreer ze nog ‘ns en ben gerustgesteld. Hier hoef ik niet voor om te keren. Ik besef dat het ook wat begin onzekerheid is zo, de eerste kilometers. Ik ben tenslotte de komende weken afhankelijk van mijn fietsie.

Ik had Baena zo’n beetje als doel boor vandaag bedacht. Er is geen camping in de buurt en stiekem hoop ik op een gezellige pelgrimsherberg zoals ik die ken langs de Camino die ik een paar jaar terug liep. Baena ligt net als Còrdoba aan de de Camino Mozárabe heb ik gezien.

In Baena ben ik nèt op tijd om mn boodschappen voor avondeten en ontbijt te doen. Ik moet weer even wennen aan die zuidelijke sluitingstijden!

Ik vindt zowaar een Alberque maar die blijkt potdicht. Ik bel aan, geen sjoege. Verderop stapt een bikepacker, duidelijk ’n Spanjaard van z’n fietsie. Ik spreek hem aan en vraag of hij weet of hier een pelgrimsherberg is. Hij ondervraagt mij eerst of ik Pelgrim ben. Ja hoor, ik heb ’n credential, mèt stempel van Cordoba. Ik fiets wel de verkeerde kant op … maar hé, eens ’n pelgrim altijd ’n pelgrim … tòch?

Maar goed, de Alberque blijkt al jaren dicht en de bikepacker merkt met een brede grijns op dat wij de enige pelgrims in Baena zijn. Hij overnacht hier gewoon in een hotelletje. Ik krijg ’t adres en we nemen afscheid.

Ik besluit toch een stukje door te fietsen het stadje uit en een plekje voor de tent te zoeken.  Zes weken op pad en elke nacht een hotelletje wordt me een te grote aanslag op mn portemonaie.

Niet heel ver buiten Cordoba slaat de route af van de doorgaande weg en start de Camino Via Verde del Alceite. Ik passeer een mooie vlakke rustplek met picknicktafels en hoef niet lang na te denken. Hier durf ik mn tentje straks met de schemer wel neer te zetten.

Ik kook eerst een hapje eten, lekkerluxe aan de picknicktafel. In de tussentijd passeren er nog aardig wat voorbijgangers. Blijkbaar bewoners uit de omgeving die dit pad benutten voor hun avondwandeling of run.

Nèt als ik besluit mn tentje op te gaan zetten komen er in de schemering nog twee heren omhoog gewandeld. Een van de twee, de jongste hijgt alsof hij erin blijft. Ze nemen plasts aan de andere picknick tafel. Ik knoop maar een praatje met ze aan. De jongste spreekt Engels. Als ik vertel waar mijn tocht mij heen voert en uitleg dat ik straks mijn tentje hier op wil zetten reageert de man met een waarschuwing; “watch out” … ik wacht af wat er gaat komen. Is dit een verzamelplek voor het gespuis van Baena, kan ik de Quardia Civil verwachten?

“It wil be very cold tonight!”

Ik; “Àààh si si … “

“Fifteen degrees!”

Ik; “Nos problemos, i’m from the Netherlands!”

En zo dalen de mannen weer af en zet ik mn tent op. De ‘ijskoude’ nacht tegemoet…

Geef een reactie