Vrijdag 9 oktober; Jaen – Alcazarik heb gezien dat bij Cazorla een Camping is. Het is wat ambitieus maar ik heb zin in een douche en de powerbanks raken leeg. Dus vlot op pad en ik zie wel of het lukt.
Het is behoorlijk fris zo in de ochtend en ik ontbijt na het opbreken met koude handjes. Gauw trappen om warm te worden! Het eerste stuk is een heerlijk stil en mooi asfaltweggetje en ik mag meteen weer op de pedalen voor een reeks klimmetjes. Af en toe kijk ik achterom voor een prachtzicht op de bergen in de vroege ochtendzon. Het ochtendlicht en het avondlicht betoveren de bergen.
Intussen in t zonnetje maar evengoed is hrt nog behoorlijk fris.
Rond 10u duik ik een cafétje in voor koffie, om mn accu’s wat bij te laden en meteen nog maar een tostada met kaas. Het is spits tijd. De bediening loopt de benen uit het lijf. Een dik half uur later is de zaak weer bijna verlaten.
De route vervolgt via de A240 die hier vrij druk bereden wordt. De automobilisten houden duidelijk rekening met mij als fietser, ze gaan ruim om mij heen. Desondanks ben ik ontzettend blij met mn krachtige flaslight achter èn met het stuurspiegeltje dat ik links in het stuur heb zitten! Het is een onooglijk spiegeltje maar in èèn blik heb ik direct zicht op wat er achter mij gebeurd. Zonder dat ik achterom hoef te kijken, met altijd als gevolg een in situatie’s als deze, gevaarlijke slinger.
Er volgen lange stevige klimmen en evenzo lange afdalingen. Vanaf Pimena duik ik een heerlijke afdaling in maar mag daarna weer flink in de pedalen naar Bedmar. Aan de rand van Bedmar een tankstation waar ik een ijskoude cola niet kan weerstaan. Ik maak een praatje met de cassiëre en een klant ontvang oprechte bewondering … en dòòr!
Op z’n Hanneke’s en tegen beter weten in pak ik er nog een stukje onverharde variatie op de route bij. Geen slim plan want de stijging is absoluut moordend en ik verspeel het beetje kracht en energie dat ik nog had voor het laatste stuk van zo’n 30km. Ik ga hé-le-maal stuk!!! Het eerste stukje houdt ik nog moed als ik twee stoere mannen passeer die mij, ook weer vol bewondering nakijken. Met hun ogen in de rug moet ik een heel stijl stuk op waarvan ik niet weet of ik daar in het zadel kan blijven. Met mn mantra “trappen Piekje, je hebt publiek” ik red ‘t. Maar bij de volgende klim moet ik halverwege van de fiets om ademhaling en hartslag weer op peil te laten komen. Ik ben er mooi ingestonken! Met hangen en wurgen en stukken de fiets de berg op duwen kom ik uiteindelijk op het punt waar de super steile afdaling terug naar het asfalt begint. Ik duik naar beneden en moet flink in de remmen. Sorry remblokjes!
Als ik weer op asfalt fiets zijn de laatste 15 km loeizwaar omdat ik leeg ben en lukt het mij amper nog de trappers rond te krijgen. Als ik eindelijk ronf 8u de camping bereik wordt het al donker en is het echt koud. Er staat een bordje complet aan het begin van het weggetje, dat belooft niet veel goeds! Nu nog een plekje zoeken voor de tent … het huilen staat mij nader
Maar gelukkig het verlossende woord, in het Nederlands zelfs! “Nee hoor, voor fietsers hebben we altijd een plekje …”
Ik zet mn tentje op, was mn kloffie, zet de boel aan het stroom en duik mn slaapzak in met nootjes, koekjes en een heerlijk speciaalbiertje. Onderweg een stevige late lunch gehad dus ik vindt ’t goed zo.
Morgen rustdag!










Stoere zus!
LikeLike